Ik was er zelf bij, dat moment dat ik werd geboren. En ja, natuurlijk weet ik er zelf niets van. Stel je voor dat je dat jezelf herinnert; je wordt geboren, ziet voor het eerst het volle daglicht, knippert onwennig met je oogjes en denkt: Sooh!, wát een licht! En wát een wereld! Je kijkt om je heen, je ziet een heel groot mens, dat je vader blijkt te zijn, die iemand vast houdt en pas later kom je erachter dat dat je moeder is! Dat zou wat zijn, toch?! Stel je voor: Je herinnert je hoe het was om honger te hebben en aan mama’s borst heerlijk warme zoete melk te drinken, of het nare gevoel van een natte luier. Dat je het op een huilen zette om maar een schone broek te krijgen, of je buikpijn die je dwars zat.
Stel je voor dat je nog weet hoe je jezelf wilde verplaatsen, hoe je ontdekte dat dat kon! Op handen en voeten weliswaar, maar je wilde ergens naartoe, en het lukte! En wat later, toen je ongeveer een jaar was, dat je jezelf had leren optrekken aan de spijlen van de box en per ongeluk je handen losliet… Die ontdekking! Dat je los kon staan! Om vervolgens intuïtief je voeten te verplaatsen en zo te ontdekken dat je je evenwicht bewaarde, en dus nóg een stapje deed. Stel je voor dat je je herinnert wat een nieuwe ervaring het was om te lopen, ja, lós te lopen! Dat papa’s broekzak nog ver boven je hoofd was en je rechtop onder de tafel doorwandelde. Stel je voor!
Nou, dat laatste, van papa’s broekzak en die tafel, staat nog steeds op mijn netvlies, maar de rest is natuurlijk onmogelijk.
Mijn herinneringen van halverwege de twintigste eeuw.
Ergens in de negentiende eeuw zag er ook iets het levenslicht. Het Kleintje keek om zich heen, zag een heleboel drukte, zag dat er heel veel mensen betrokken waren bij zijn geboorte. Het keek naar links en zag een volwassene die werd opgekalefaterd na ernstige verwondingen.
Rechts was nog heel weinig te zien.
Het Kleintje keek nog eens goed naar links; ze was al oud, de dame aan wie hij het leven te danken had, maar ondanks haar verwondingen werd ze weer helemaal de oude, de oude dame. Maar wat torende ze hoog boven het Kleintje uit.

Het Kleintje dacht bij zichzelf: ‘Wat mooi dat ik deze vitale oude dame mag helpen door eenvoudigweg naast haar te staan en voor haar toekomst te zorgen door kinderen te helpen wijs en verstandig te worden. Kleine en iets grotere kinderen, iedereen op hun eigen plekje; en ze te leren wat belangrijk is: schrijven, rekenen, lezen, maar vooral het lezen van hét Boek van de oude dame die eigenlijk een beetje mijn moeder is.’
Er school in het Kleintje een groot potentieel.
De twintigste eeuw had zijn intrede gedaan. Kleintje was te klein geworden. Haar moeder kreeg een steeds groter gezin. Steeds meer kinderen had ze onder haar hoede genomen en er moest voor al die kinderen ruimte gevonden worden. Twee straten verder kwam er opvang voor het groeiend aantal kinderen.
Kleintje kreeg een ontzettend leeg gevoel. ‘Ben ik nou niet meer nodig?’ vroeg hij zich af.
Maar gelukkig was Kleintje tóch weer nodig en hij verwelkomde zijn nieuwe verzorger, die ook voor zijn oude moeder zorgde en blij was dat hij zo dicht bij haar kon zijn als ze hulp nodig had.
Jaren gingen voorbij.
Kleintje stond, zoals altijd, trouw naast zijn moeder, maar hij was zo leeg vanbinnen. En met de oude dame ging het ook al niet zo best. Haar kracht was afgenomen. Het was nog een kwestie van tijd voor ze zou overlijden.
Toen het zover was raakte ook Kleintje zijn bestaansrecht kwijt. Hij was niet meer nodig.
Intussen was de oude dame uit haar dood herrezen, nee, niet meer als moeder en hoeder van haar omgeving, nee, nu was ze zelf deel van haar omgeving geworden. Ze werd goed verzorgd, ze ging er beter uitzien, ze glom zelfs in het zonlicht van de gevorderde twintigste eeuw!
En Kleintje dan? Ja, die had inmiddels al een jaar of tachtig buren aan zijn rechterhand gekregen. Luidruchtige buren. Elke dag had het harde geluid van hamerslagen en geknerp voor onrust gezorgd; totdat de herrie stopte en er vriendschap gesloten werd met Kleintje. En wat dénk je?! Kleintje kreeg weer een taak! Het werd één familie; Kleintje en de buren. Wat geweldig! Kleintje leefde weer helemaal op. Hij ging er weer beter uitzien. Het kostte op zich ook wel weer het nodige lawaai, maar Kleintje was weer nuttig; had weer een doel.
Totdat… het ongeluk toesloeg. Kleintje was wel wat opgeknapt, maar zijn herstel stagneerde. Kleintje werd er zó verdrietig van!
Maar, … Toen hij opnieuw nutteloos dreigde te worden, als door een wonder, kreeg ons Kleintje een nieuwe bestemming!

Er waren schippers. Na hun zwerftochten over de Europese binnenwateren zochten ze een thuishaven. Ze werden spontaan verliefd op Kleintje! Ze gaven Kleintje een nieuw doel en héél véél liefde. Kleintje werd er verlegen van. Hij werd opgefrist, van binnen en van buiten. Hij werd vertroeteld en zag er vrolijk en verzorgd uit.
En naast hem gebeurde ook al zoveel moois: waar het eerder zo’n herrie was, kreeg hij vriendinnetjes! Zó lief! Hij kreeg zelfs een nieuwe naam! Voortaan mocht Kleintje zich trots ‘De Thuishaven’ noemen.
En die schippers? Hun liefde groeide en groeide maar; Kleintje was voor hen gróót geworden. Een groot cadeau. Van wie? Nou, van Dezelfde die ooit, lang geleden die oude dame, die boven Kleintje uittorende, haar doel gaf. Vooral Hém zijn ze dankbaar. Dankbaar dat ze in ons Kleintje hun Thuishaven mochten vinden!

Leuk verhaaltje hé? Van zo’n lief huisje.
Als de bouwers nog eens zouden kunnen zien hoe hun werk er na anderhalve eeuw uit zou zien? Ze zouden trots zijn!
Lieve lezer, jij bent ook ooit gemaakt door een Bouwmeester die met jou een doel heeft. Jij hebt ook vast periodes gehad dat je (fysiek of mentaal?) in verval raakte, dat je je leeg voelde vanbinnen, onbewoond. Misschien ken je ook momenten van erkenning, gezien worden, geliefd zijn, net zoals Kleintje.
Ook al zie je het misschien nu niet, je Schepper heeft ook met jou een doel: Hij wil in je wonen! Je mag Zijn huis, Zijn tempel zijn! Je mag er zijn, voor Hem én voor anderen! Je mag iets, misschien wel heel veel, betekenen voor anderen én voor je Schepper! En waarom dan? Omdat Hij van je houdt! Omdat Hij je gemaakt heeft, dáárom!
En Zijn liefde duurt langer dan anderhalve eeuw. Die liefde is oneindig! Oneindig veel groter ook, dan die van die schippers die verliefd werden op Kleintje en hem een nieuwe naam, een erenaam gaven! Al voordat je bestond, kende Hij jouw naam. En wanneer je op zoek bent naar zingeving, weet dan dit: ook voor jou is er een bestemming, een Thuishaven, en een nieuwe naam. Die wil je toch niet missen?!
Kleintje werd waarschijnlijk omstreeks 1880, rond de tijd dat het kerkje ernaast gerestaureerd werd, gebouwd als schooltje. In 1904 werd hij kosterswoning. Aan de andere kant van Kleintje was jarenlang een smederij. Na een periode van privébewoning en langdurige leegstand werd het een mantelzorgwoning waarna tenslotte in 2022 een schippersechtpaar er haar thuishaven vond. Het kerkje kreeg begin jaren ‘80 de functie van dorpshuis.