Het proces tegen Christiaan de G.
Van onze rechtbankverslaggever.

De relletjes liepen uit de hand. Dranghekken werden omvergeduwd. Er werd zelfs mee gegooid richting de ME. Zwaar vuurwerk veroorzaakte pijnlijke knallen en brandend straatmeubilair. De mensen liepen te hoop voor het gerechtsgebouw. Met de grootste moeite kon de politie de weg vrij maken voor de geblindeerde auto met daarin de zwaarbeveiligde en beruchte verdachte Christiaan de G. Deze verdween met een vaart in de ondergrondse garage waarna het zware stalen hek zich onmiddellijk weer sloot.
In de media werd de zaak breed uitgemeten. Het werd zelfs de zaak van de eeuw genoemd. Het Journaal opende verschillende keren met berichten over nieuwe feiten en ontwikkelingen in Het Proces.
De openbare aanklager, de eerbiedwaardige Diablo Hellemans, was zelfs persoonlijk verschenen in Nieuwsuur om zijn kant van de zaak te belichten. Het draaide om de staatsveiligheid, de democratie was in gevaar.
De verdachte, Christiaan de G, vertegenwoordigde een groeiende groep extremisten die koste wat het kost de mond gesnoerd diende te worden. Anders dreigde het gevaar van de totale ineenstorting van de samenleving die zo zorgvuldig was opgebouwd ten koste van miljoenen mensenlevens en astronomische bedragen aan reorganisaties en wederopbouw met inspanning van de verschillende overheden.
Polarisatie, dat was voor de democratie de fatale ziekte die de samenleving bedreigde.
Uiteindelijk zou het land pas kunnen groeien en bloeien wanneer alle neuzen dezelfde kant op zouden staan. Er was nog heel wat werk aan de winkel.
En omdat de politiek er steeds maar niet uit kwam moest nu de rechter maar uitspraak doen.
Wanneer Christiaan de G veroordeeld zou worden zou dit een precedent scheppen voor rechtszaken in de toekomst en zou het veel eenvoudiger worden deze criminele organisatie te bestrijden, aldus meester Hellemans.
De uitzinnige menigte scandeerde leuzen als: weg met de mietjes! – wij zijn het volk! – zet ze uit! – extremist, in de kist!
De relletjes liepen uit op een ware volksopstand. Ruiten braken, straatstenen belandden tegen helmen en schilden van ME’ers en zelfs vlogen er klinkers door de ramen van het gerechtsgebouw op het bureau van de griffier. Het mag een wonder heten dat hij niet geraakt werd.
Politieauto’s en reportagewagens moesten het ontgelden en door de verbrijzelde autoruiten werden brandende voorwerpen gegooid, met een vuurzee tot gevolg. De politie trok zich tactisch terug, of ging ze op de vlucht? Haat en kwaad op straat.
Maar vanwaar al die ophef? Wat was er in ‘s hemelsnaam aan de hand? Waar kwam al die haat en agressie nu eigenlijk vandaan?
Het was niet de eerste keer dat de samenleving opgeschrikt werd door een opstand.
Het was lang geleden; die eerste opstand. Ooit ook wel beschreven in de geschiedenisboeken, maar ja, ouderwetse taal, moeilijk te lezen. Bovendien was er twijfel over de tijdgeest van toen en de objectiviteit van het verslag. Met de kennis van nu kon je dat oude verhaal onmogelijk serieus nemen.
Er waren slechts een handjevol mensen die deze geschiedenis nog kenden en er geloof aan hechtten. En dat was nu juist het probleem. Zij erkenden dat die eerste opstand onterecht was. Daarmee gingen ze regelrecht in tegen het verlangen van de meerderheid naar vrijheid en saamhorigheid op basis van eigen keuzes. Tot overmaat van ramp verscheen in hun kamp een Joodse bouwvakker, een zekere Chris Nazar, die zich opwierp als Leider en die met alternatieve feiten kwam. Regelrechte desinformatie, maar zijn volgelingen trapten erin! Er werd nepnieuws verspreid, dat giftig was voor de samenhang in de maatschappij. Hij zou gezegd hebben dat Hij niet kwam om vrede te brengen, maar het zwaard!
Hoe kun je zoiets zeggen! Dit kun je toch niet maken?! In het belang van de hele wereld moest deze leider het zwijgen worden opgelegd.
En Christiaan de G zou het afschrikwekkend voorbeeld worden dat het de overheid ernst was deze criminele organisatie met wortel en tak uit te roeien. Deze bende van complotdenkers, grootste sta-in-de-weg naar een harmonieuze wereld, moest tot zwijgen worden gebracht, het liefst helemaal verwijderd worden uit het openbare leven en zijn extremistisch gedachtengoed rigoureus verwijderd uit alle informatiebronnen op papier en op internet ten faveure van het narratief van de overheid. Die had toch het beste met ons voor?
Het werd stil in de rechtszaal.
Buiten klonken de knallen van vuurwerkbommen boven het gejoel en geschreeuw van de menigte uit.
Daar ging de deur open.
“De rechtbank” klonk het officieel. De aanwezigen stonden op.
Zelfbewust en statig begaven de drie rechters zich naar hun plaats, gevolgd door meester Hellemans, de openbare aanklager, en de verdachte met zijn advocaat, meester Chris Nazar.
Buiten was een groot scherm opgehangen ter gelegenheid van deze rechtszaak.
De menigte volgde met spanning alles wat er plaatsvond in de rechtszaal.
Tot verbijstering van de massa herkende men de leider van de gehate beweging in de toga van de advocaat.
Hé?! Was deze advocaat echt die opstandige timmerman? Het publiek was in verwarring. Hoe kan een bouwvakker nou advocaat geworden zijn? Intussen waren de vier partijen, de rechters, de aanklager, de verdachte en zijn advocaat aanwezig, met elk hun eigen specifieke taak. De zitting kon beginnen.
Gejoel steeg op, buiten op het plein. Het klonk door tot in de rechtszaal: extremist – in de kist.
Openbare aanklager en advocaat namen plaats in hun zetel en de verdachte stond terecht achter een hek, geflankeerd door twee forse gewapende beveiligers. Alles was gedaan om ongeregeldheden binnen de rechtszaal te voorkomen. Toch leek Christiaan de G hierdoor niet geïntimideerd. Hij gaf zelfs blijk van een zekere ontspannenheid. Hij leek een grenzeloos vertrouwen te hebben in zijn Advocaat, meester Nazar.
De Rechter opende de zitting en gaf als eerste het woord aan de openbare aanklager.
Meester Diablo Hellemans stond op uit zijn zetel, kuchte bescheiden en nam het woord:
‘Edelachtbare, mijne dames en heren,’ zo begon hij, ‘U allen is genoegzaam bekend hoe deze verdachte verantwoordelijk is voor de vele conflicten in zowel ónze samenleving als die in andere landen en ook in andere tijden. Ik zou hieraan kunnen toevoegen wat een slecht persoon de verdachte eigenlijk is. Zijn jacht naar eigenbelang, zijn hoogmoed en eigendunk, hebzucht en egoïsme zijn spreekwoordelijk. Bovendien weigert hij afstand te nemen van de complottheorieën en alternatieve feiten waarmee hij is geïndoctrineerd door de gevaarlijke Joodse bouwvakker die zich nu hier als advocaat voordoet en van wie de geloofsbrieven uiterst twijfelachtig zijn. Kortom, hij is gewoon een slecht mens, een gevaar voor de samenleving.
Hoe vaak in onze historie hebben deugdzame mensen geleden onder geweld en onderdrukking uit naam van deze verdachte en zijn medestanders. Altijd kwam het erop neer dat in naam van zijn ideologie alle vormen van geweld geoorloofd zouden zijn. Hij en zijn medestanders hebben onrust gestookt, haat gezaaid, apartheid gepromoot, macht naar zich toe getrokken en, ironisch genoeg, zich ook nog opgeworpen als het geweten van het volk. Tenslotte hebben zij die macht misbruikt om de zegeningen van de overheid in twijfel te trekken en zelfs goed willende burgers het aanvaarden ervan ontraden omdat ze zogenaamd schadelijk zouden zijn.
U en ik weten dat er maar een ding echt schadelijk is en dat is wanneer iemand niet zichzelf mag zijn. Deze verdachte heeft burgers opgehitst met de boodschap dat men niet deugt en dat iedereen een verandering door moet maken om aanvaardbaar te zijn voor de gemeenschap, voor hun Leider en voor elkaar. Onaanvaardbaar hierbij is dat om dit te bereiken het toegestaan zou zijn om de intenties van de overheid in twijfel te trekken en zelfs ongehoorzaam te zijn aan democratisch tot stand gekomen wetten.
Edelachtbare, aangezien genoemde aanklacht behoort tot de ergste categorie, eis ik dan ook niet minder dan de doodstraf voor de verdachte, zodat zijn verwerpelijke invloed op de samenleving voorgoed verleden tijd zal zijn. Dank u wel.’
Meester Hellemans zette zich met een zwierig gebaar terug in zijn zetel.
Het werd stil in de rechtszaal.
Hoewel verwacht, kwam de aanklacht toch onverwacht hard aan en ging de strafeis voor sommigen wel érg ver. Kunnen en willen die Christiaan de G en zijn medestanders zich dan niet gewoon wat aanpassen? Zou er dan voor hen écht geen plaats in de maatschappij kunnen zijn? Het hield de gemoederen heftig bezig.
Buiten nog steeds lawaai. “Fundamentalist, het is uit met je list!!”
Ik schors de zitting, sprak de rechter, wanneer het weer rustig is heropen ik de zitting.
Het Journaal volgde de zitting in een rechtstreekse uitzending.
Commentatoren deden hun zegje.
‘Nu zie je wat ervan komt,’ begon verslaggever Storymans van het Staatsnieuws, ‘wanneer je onrust stookt en haat zaait onder de bevolking. Polarisatie verscheurt een land.’
Omdat het Journaal hoor en wederhoor hoog in het vaandel had, was er ook iemand uitgenodigd als deskundige op het gebied van ideologie en conflict. Mevrouw Sophia Weisglas, een grijzende dame met de nodige ervaring met ideologisch getinte conflicten. Zij had echter geen goed woord over voor de activiteiten die de verdachte voor de rechter hadden doen belanden.
‘Het psychologisch mechanisme dat hieraan ten grondslag ligt weet ze aan een verkeerde opvoeding waarin een zoektocht naar het goede in de kiem werd gesmoord door starre opvattingen over goed en kwaad, waarbij goed en kwaad in de praktijk worden omgedraaid. Dit heeft tot gevolg dat ten onrechte een vijandbeeld wordt gecreëerd en geweld niet uit kan blijven. De persoon in kwestie heeft hierbij het idee dat hij aan de goede kant strijdt. En dat is dus niet waar. En tegen dit soort nepnieuws en bijkomende desinformatie moeten we ter wille van de lieve vrede krachtig opreden.’
O, de schorsing is voorbij; de rechtszaak gaat verder.
Benieuwd wat de Advocaat hiertegen in te brengen heeft.
Over naar het gerechtsgebouw.
Geroezemoes. Onrust op de publieke tribune.
Er wordt geroepen, geschreeuwd: weg met deze complotdenker!
Dan wordt het stil. De voorzitter van de rechtbank neemt het woord en richt zich tot de verdachte.
‘Bent u schuldig aan hetgeen u hier ten laste wordt gelegd?’
De camera zoomt in op het gezicht van Christiaan de G.
Ademloos richt men zich op de verdachte, die recht van lijf en leden, staande in het strafbankje, met opgeheven hoofd zij statement maakt:
‘Dat ik een slecht mens ben zal ik nooit ontkennen,’ zo begint hij, ‘zoals ook u, edelachtbare, en iedereen hier in de zaal, ben ik niet volmaakt en verdien ik vergelding voor mijn fouten. Echter, aan haat zaaien of polarisatie, het zaaien van tweedracht, heb ik mij nooit schuldig gemaakt. Evenwel blijft er genoeg over van de aanklacht waardoor ik niet onschuldig ben aan een deel ervan.’
Heel even is het stil, dan barst de menigte op de publieke tribune en ook buiten op het plein los in agressieve spreekkoren: Leugenaar! Fascist! Extremist – in de kist!
De rechter hamert stevig op zijn desk: Orde in de zaal!
Dan richt hij zich tot meester Nazar en geeft hem het woord voor zijn pleidooi.
De extra uitzending van het Journaal wordt even onderbroken voor een korte reclame.
Er komt een beeld langs van een zonnig strand met palmbomen, mensen in badkleding en een serveerster met aanlokkelijke cocktails. Uw vrijheid; onze zorg, zegt de boodschap.
Dan is de presentator weer in beeld:
We schakelen weer over naar de rechtbank waar nu met spanning wordt gewacht op het pleidooi van de advocaat. Wat kan hij tegen de aanklacht inbrengen. We gaan het zien!
Meester Nazar staat op. Trekt nog even zijn toga recht, richt zich tot het hof en begint te spreken.
‘Edelachtbare, wij hebben allemaal de aanklacht van de gewaardeerde collega Hellemans gehoord. Hier was geen woord Spaans bij. Echter, wat heeft hij nu féitelijk gezegd? Hij maakt een opsomming van beschuldigingen die op zich om de doodstraf vragen, maar de vraag is natuurlijk: zijn deze beschuldigingen wel terecht?
Allereerst wil ik u meenemen naar de voorgeschiedenis van de situatie waarin mijn client is beland en die voor mijn opponent en diens aanhang zo onverteerbaar is.
Er was een tijd waarin er vrede en harmonie heerste. De mens was deel van zijn omgeving, gebruikte die voor zijn bestaan zonder dat er sprake was van uitbuiting ván die leefomgeving of van elkaar. Echter, er viel iets voor waardoor mensen elkaar dit geluk niet meer gunden. Er drong rivaliteit, vijandschap en haat de menselijke gemeenschap binnen.
Hoe dat kwam? Men trok de bedoeling in twijfel waartoe de mens op deze aardbol is, namelijk om eenvoudig gelukkig te zijn in harmonie met elkaar en met zijn leefomgeving.
Hiermee was men echter niet tevreden, men wilde meer, meer kennis, meer macht, over de omgeving, en uiteindelijk ook over elkaar. En daar ligt de wortel van ons probleem: macht! En macht, edelachtbare, wordt altijd vertaald in het recht van de sterkste.
Nu zult u zeggen: maar wij hebben een hogere standaard van rechtspraak dan die van het recht van de sterkste, maar ik zal u aantonen dat dit ten diepste niet waar is.
Inderdaad, wij hebben een georganiseerde rechtspraak, ingebed in onze rechtstaat. Maar die rechtstaat is het resultaat van een ontwikkeling die gebaseerd is op het recht van de sterkste, namelijk dat van de meerderheid van onze bevolking. Dit noemen we democratie. Het volk regeert. In de praktijk is dit de meerderheid.
Hoe zit het dan met de rechten van de minderheid? Worden de rechten van de minderheid gewaarborgd door de macht van de meerderheid? Dit zou zo moeten zijn. U als rechtbank hebt de taak hiervoor zorg te dragen. Maar gebeurt dit dan ook in de praktijk?
Inclusiviteit als principe zou hiervoor de garantie moeten zijn. Maar wat als dit principe door de meerderheid beleden wordt maar de minderheid, die mijn client vertegenwoordigt, geen stem krijgt? Is er dan geen sprake van hypocrisie? Prevaleert de macht van de meerderheid, kortom, het recht van de sterkste hier dan niet, edelachtbare?
Naar mijn stellige overtuiging is dit wat er speelt in dit proces. Mijn client is anders, heeft een andere mening, een andere overtuiging en levensvisie dan de meerderheid. Hier ligt de kern van het probleem. Het werkelijke probleem is hier dus de onverdraagzaamheid van de meerderheid tegenover een minderheid. Dit heeft ertoe geleid dat mijn client hier vandaag terecht staat. Hijzelf zal de laatste zijn die zichzelf onschuldig zal pleiten, zoals u zojuist van hem heeft kunnen vernemen. Hij is zich terdege bewust van zijn tekortkomingen, zijn fouten en zijn falen in het overbrengen van zijn boodschap.
Blijft natuurlijk de vraag of dat komt door zijn manier van het brengen van zijn boodschap of door het niet willen luisteren naar zijn boodschap. De meerderheid, vandaag vertegenwoordigd door meester Hellemans, wil dit niet horen, omdat dit haar machtspositie en zelfbeschikkingsrecht lijkt te kunnen aantasten. Hiermee pleit ik mijn client niet vrij, want zoals hij zelf al toegaf, is hij niet onschuldig, maar…
Zoals u misschien al waargenomen hebt, heb ik vandaag het recht deze verdachte als advocaat te mogen verdedigen. Zoals u misschien al vermoedde was ik ooit bouwvakker, met als specialisme het vak van timmerman. Ik oefende mijn vak uit in een kleine plaats in noord Israël, Nazareth geheten.
Mijn eigenlijke roeping was om de mensheid te redden van de chaos die haat en geweld hadden teweeggebracht. Als zoon van Maria, zo heette mijn moeder, en van mijn hemelde Vader, was ik in staat opnieuw de brug te slaan tussen Schepper en schepsel. Deze waren van elkaar vervreemd doordat de mens voor zichzelf gekozen had en zo de band met de Schepper zelf had doorgesneden met al het genoemde geweld tot gevolg.
Dit vond de Schepper zó zonde dat hij mij vroeg herstel van deze band mogelijk te maken. Om dit doel te bereiken moest ik als onschuldig mens de straf op mij nemen die staat op álle gemaakte fouten die de mensheid ooit heeft gemaakt.
Hiertoe heb ik mij bereid verklaard en heb deze ultieme straf, namelijk de doodstraf, ondergaan ten behoeve van iedereen die inziet dat hij of zij zelf niet volledig schuldenvrij is. Na het volbrengen van deze plaatsvervangende executie heeft de Schepper mij opnieuw tot leven gewekt en sta ik hier vandaag voor u als advocaat van Christiaan de G.’
Het werd muisstil in de zaal. Deze wending in het pleidooi had niemand voorzien, zelfs Diablo Hellemans was met stomheid geslagen.
‘Edelachtbare, dan nu de kern van mijn pleidooi: Omdat, hoewel onschuld niet bewezen is, ik in de plaats van Christiaan de G de doodstraf heb ondergaan, pleit ik hem vrij van álle hem ten laste gelegde feiten!’
De commentatoren in het extra bulletin van het Journaal keken elkaar stomverbaasd aan. Hoe viel dit te duiden voor de kijker? Die zou dit niet begrijpen. Hoe zou je het zo kunnen draaien dat het een voor de kijker aanvaardbare verklaring zou kunnen betekenen voor alle polarisatie en complot denkerij?
Het werd een shot dat nog vele malen herhaald zou worden op tv.
‘Het hof schorst de zitting en we komen bij u terug wanneer de uitspraak volgt; dank voor uw aandacht.’ Zo besloot de presentator, en er klonk een muziekje vanuit de tv, die een hoop mensen inmiddels hadden uitgezet.
‘Het is toch niet te gelóven!’
De rechtbank!
‘Ik heropen de zitting’ klonk het, gevolgd door een ferme hamerslag.
‘Uitspraak in de zaak van het OM tegen verdachte Christiaan de G inzake opruiing, polarisatie tot gevolg hebbende. Gezien het door de openbare aanklager ten laste gelegde is een proportionele straf gerechtvaardigd,’ zo sprak de rechter, ‘of deze de doodstraf rechtvaardigt is echter discutabel. Gehoord hebbende het pleidooi van de advocaat is eveneens vast komen te staan dat verdachte niet onschuldig is aan de ten laste gelegde feiten. De ultieme straf zou dus inderdaad gepast zijn, ware het niet dat de advocaat van de verdachte deze straf als zijn representant al heeft ondergaan.
Aangezien het recht slechts éénmaal de straf op de overtreding eist, kan ik in onderhavig geval slechts één vonnis vellen; en dat is volledige vrijspraak…’
Verbijstering.
Bij meester Hellemans.
Op de publieke tribune.
Op het plein.
Op tv.
Opluchting!!
Bij Christiaan de Geliefde!
Bij zijn medestanders!
Bij iedereen die heimelijk respect had voor Christiaan, om zijn vrijmoedigheid en onbevreesdheid.
Diablo Hellemans vertrok met de staart tussen de benen. Van hem werd nooit meer iets gehoord.
Het respect voor Chris Nazar werd overal gedeeld. Wat een bijzondere advocaat was hij toch!!
Ergens in een afgelegen plaats in een klein kerkje was er een dankdienst voor de overwinning van liefde en recht.
‘En hiermee besluiten we deze ingelaste uitzending. Dank voor uw aandacht.’
Het gebruikelijke programma werd hervat…
Dit is maar een verhaal, maar het volgende is realiteit:
De rechter is God.
De aanklager is satan.
De advocaat is Christus Jezus uit Nazareth.
U staat terecht voor God, en dat is écht zo!
Er is maar één vraag belangrijk: Verdedigt u zichzélf?
Uw eigen argumenten zullen nooit tot vrijspraak leiden. Ook al hebt u een goed leven geleid, er is bij u, net als bij íedereen wel íets fout gegaan wat strafbaar is. Alléén de verdediging door Christus brengt vrijspraak, ontslag van rechtsvervolging en een vrijheid die volkomen vrij is van elke vorm van kwaad, en die oneindig geluk met zich meebrengt!!
En wanneer je dat beseft, dan ga je houden van Deze Advocaat, je gaat Hem nodig hebben!
En wat zo bijzonder is: je gaat Hem persoonlijk ontmoeten!
Hij heeft álle tijd en aandacht voor jóu! Hij houdt van je!
En de Rechter dan?
Die gaf jou het leven!
Hij heeft jóu gewild!
Nog vóór de wereld bestond hield Hij al van je!
Hij zag jou altijd al zoals je bedoeld bent!
Hij heeft zijn Zoon voor jóu geofferd, daarom ben je voor Hem vrij van welke fout dan ook!
Hij zíet jou, als je volmaakte jij!! Geloof je dat?!
Dan ga je ook steeds meer houden van die rechtvaardige Rechter!
Dan mag je voor altijd bij Hem zijn! Schepsel bij Schepper!
Eindeloos geluk!
Paradijs!
Hemel! Geen woorden voor…