Voorgeschiedenis

Zoals ik in mijn persoonlijke intro al aangaf liggen mijn wortels al generaties lang in de binnenscheepvaart.
Zo is er een voorval gedocumenteerd over de opa van mijn vader.
In 1910 liet hij een voor die tijd ferm schip bouwen, een rivierclipper op de zeilen; de Margaretha Johanna. Mijn overgrootvader was een ondernemende man, de familieverhalen tekenen een vooruitstrevende ijzervreter.
Het prachtige schip kwam echter op 11 juni 1919 op een ongelukkige manier aan zijn einde. Een lading stortsteen ter bescherming van de kust ter hoogte van Westkapelle werd het schip noodlottig. Hoe dit kon gebeuren is te lezen op de gedenkplaquette op bovenstaande foto. Mijn vader heeft hiervan een schilderij laten maken door een bevriende schilder.
Leta

Mijn ouders trouwden begin 1954. Ook toen was er woningschaarste, maar mijn vader kreeg de mogelijkheid om schipper te worden bij het Belgische bedrijf C. Jamin en dus hadden ze een woning aan boord. Het was een eenvoudig schip met een gedeeltelijk houten woning, maar het gaf hen een start als schippersechtpaar. Op dat schip stond mijn wieg en waren we gelukkig, ondanks twee moeilijke jaren van technische problemen en koude winters waarin de woning maar moeilijk enigszins te verwarmen was.
Robèrt

Na twee jaar kwam er een beter schip, de Robèrt, van dezelfde rederij. Een verwaarloosd schip, maar wel met een vaste stalen woning met bijbehorend comfort.
Na een grondige werfbeurt werd het schip door mijn vader met heel veel liefde opgeknapt. De metamorfose was zelfs zó rigoureus, dat de baas het schip straal voorbij liep toen hij eens aan boord wilde komen! Aan dit schip heb ik mijn eerste echte herinneringen. Ik sliep in een klein bed dat vast was ingetimmerd boven het voeteneind van het bed van mijn ouders.
Runet

De zomer van 1959 was lang en warm. We woonden inmiddels op een gloednieuw schip dat nog nooit gevaren had. Omdat mijn vader goed zorgde voor zijn schip en ook hard voer, d.w.z. veel vracht verzette, kreeg hij de eerste keuze onder ruim 60 collega’s om het nieuwe schip in de vaart te brengen. De Runet had een laadvermogen van 694 ton en de woning was zeer lux ingericht met tropisch hardhout en marmeren bovenbladen op de kasten.
Runet 1

Januari 1964. Opnieuw waren we weer bij scheepswerf Janathijs in het Belgische Rumst. De nieuw 73 meter lange, 1132 ton grote Runet 1 stond op het punt van stapel te lopen. In mijn enthousiasme had ik hem al in het klein nagemaakt. En jawel, opnieuw was mijn vader de aangewezen schipper die hem in de vaart mocht brengen. Het schip was groter en veel moderner dan de Runet. De volledig ingerichte woning had drie slaapkamers en een ruime woonkeuken met 7 ramen die naar drie kanten uitzicht gaven! Een stoer schip dat gebouwd was om de Zeeuwse Stromen te trotseren.
Runet 2

Runet 2
1966. Het ging de rederij goed. Weer werd er een nieuw schip gebouwd in Rumst. En weer was mijn vader de eerste schipper om het schip in de vaart te brengen en tussendoor in de verf te zetten. In die tijd werden nieuwbouw schepen kaal opgeleverd en werd er van de bemanning verwacht het schip te conserveren. Zandstralen was nog niet gemeengoed en er werd dus gebruik gemaakt van middelen als koolteer, loodmenie, additieven als lijnolie en vet. Ook werd veel grafietverf gebruikt op de loopdekken. Het was intensief werk dat veel moest worden herhaald omdat de eerste roest vaak hardnekkig was. Als kinderen hielpen we in de vakantie graag mee met roest schrappen, bikken en schilderen voor twee kwartjes per uur.
Met de Runet 2 hebben we als gezin een mooie tijd gehad. Mijn vader nam dan in de zomervakantie een reis aan die zo ver mogelijk de Rijn , de Moezel of de Main op ging. Er kwamen twee 6 meter lange planken en daarmee werden de auto’s van mijn vader en van de matroos aan dek gereden en in Bazel er weer af om door de Alpen te gaan toeren. Zo hadden we fantastische vakantiereizen. Als enthousiaste tiener tekende ik kaarten van die reizen.

Louise


Mijn vader had een jongensdroom om ooit zelf eigenaar van een schip te zijn
In de loop van 1970 deed zich de mogelijkheid voor om die droom te verwezenlijken. Hij kon de Tempo, een groot oud schip, kopen en werd daarmee ‘eigen schipper’.
De Tempo was 92 meter lang en had een laadvermogen van 1697 ton. Een flinke slag groter dan de Runet 2, maar niet zo modern. Het schip was als sleepschip (een schip zonder motor dat door sleepboten de Rijn op werd gesleept) gebouwd in 1912, het zelfde bouwjaar als de Titanic! In 1964 had Oscar Geirnaert uit Gent het schip gemotoriseerd met twee GM Detroit diesels van elk 400 pk. Na 6 jaar wilde hij stoppen met varen en kon mijn vader het schip overnemen. En zo werd de Tempo omgedoopt in Louise.
In mei 1971 begon op dit schip mijn carrière als matroos.
Tot zover een impressie van mijn schippersachtergrond.
Op de pagina ‘varen’ meer over mijn eigen varende carrière.