De belofte voor Ebed-Melech
Jeremia 39:15-18
Het woord van de HEERE was tot Jeremia gekomen, toen hij nog opgesloten zat op het binnenplein van de wacht:
Ga tegen Ebed-Melech, de Cusjiet, zeggen: Zo zegt de HEERE van de legermachten, de God van Israël: Zie, Ik ga Mijn woorden over deze stad brengen, ten kwade en niet ten goede; op die dag zullen ze voor uw ogen geschieden.
Op die dag zal Ik u echter redden, spreekt de HEERE, en u zult niet in de hand van de mannen gegeven worden voor wie u met schrik bevangen bent.
Voorzeker, Ik zal u beslist bevrijden. U zult niet vallen door het zwaard en u zult uw leven tot buit hebben, omdat u op Mij hebt vertrouwd, spreekt de HEERE.
Heel soms doe ik aan ‘Bijbel-bingo’. Dan doe ik de Bijbel willekeurig open en lees dan wat daar ‘toevallig’ staat.
Zo ook die keer dat ik bovenstaand stukje onder ogen kreeg. Kreeg, ja, want niet zelden spreekt God juist dán!
De geschiedenis met Ebed-Melech begint in hoofdstuk 38.
Jeremia moest de verovering van Jeruzalem aanzeggen. En hij predikte dit zonder zich in te houden.
Zijn boodschap was , even in mijn eigen woorden: Geef je over aan Nebukadnesar en je leven wordt gespaard.
Dat was tegen het zere been voor een aantal vooraanstaande mannen; zij vonden het landverraad en meldden dat bij koning Zedekia.
Die antwoordde: Doe maar met hem wat je wilt.
Dit betekende dat Jeremia vogelvrij was.
En zo werd Jeremia in de put op het binnenplein gegooid. De put bevatte geen water, maar wel zachte modder waarin hij langzaam wegzakte.
Een kwestie van tijd voordat hij voorgoed zou zwijgen, zo dachten ze.
Ebed-Melech. een Ethiopische dienaar van de koning, hoorde hiervan en ging meteen naar de koning om te vertellen wat ze met de profeet gedaan hadden. Dat was toch ál te gek!
De koning gaf Ebed-Melech toestemming om Jeremia eruit te halen en gaf hem 30 man mee om het karwei te klaren. Jeremia zat natuurlijk heel vast gezogen in de modder en er was veel kracht nodig om hem eruit te trekken. Om zijn lichaam te sparen lieten ze een touw zakken met een hoop versleten kleren en lappen die hij onder zijn armen moest doen met het touw eromheen.

Zo kwam Jeremia weer uit de put.
En zo verscheen Jeremia voor de koning met nog steeds dezelfde boodschap: Geef u over en behoud uw leven. Als u de strijd aangaat zal iedereen sterven en de stad verwoest worden.
Helaas, uit angst voor zijn adviseurs, ging Zedekia tóch de strijd aan met de Chaldeën en kwam de profetie uit: Verlies, dood en verwoesting. Terwijl God had gewaarschuwd.
En dan, schijnbaar uit het niets, lezen we bovenstaand stukje waaruit blijkt dat God gezien heeft wat Ebed-Melech heeft gedaan. Hij heeft voorkomen dat Gods stem, door de profeet Jeremia, tot zwijgen werd gebracht.
En wat zegt dit verhaal mij nu?
In het kort: In de Tora gaf God Zijn wet en ook de gevolgen voor het volk: zegen of vloek, afhankelijk van hoe je met Gods regels omgaat.
En wanneer het volk deze regels aan zijn laars lapt heeft dat gevolgen. En zo is het helaas gegaan.
Maar God is liefde en het deed hem pijn. Daarom stuurde Hij profeten om te waarschuwen. Het gevolg van ongehoorzaamheid was ballingschap en dood. Maar God wil dat zijn volk lééft! Zo bleef Hij maar waarschuwen, door vele profeten, maar foute mensen wilden Zijn stem tot zwijgen te brengen.
In onze tijd wordt wereldwijd ook geprobeerd om Gods stem tot zwijgen te brengen, te overstemmen door andere stemmen;, de stem van de welvaart die ons verblindt en verdoofd, de stem van politiek die Israël weg wil hebben en daar alles voor doet, socialistische heilstaat-beloften en onderdrukking, de stem van corrupte media die antisemitisme en haat tegen alles was Joods of Christelijk is aanwakkeren, haat tegen alles waarin Gods stem nog doorklinkt.
En dan die vraag van God aan mij: En jij? Zwijg je of klinkt Mijn stem door in jouw gedrag en in jouw geluid?
De wereld om ons heen; de media, de politiek, ze overschreeuwt Gods stem. Zwijg ik?
Of help ik Gods stem te laten klinken zoals Ebed-Melech.
Gods eigen advies bij de vraag: Zwijg ik of laat ik mij horen? Niet zwijgen is léven! Maar zwijgen….?
Sions heil komt
Jesaja 62:1-3
Om Sions wil zal ik niet zwijgen en om Jeruzalems wil zal ik niet rusten, totdat zijn heil opgaat als een lichtglans en zijn verlossing als een brandende fakkel. Volken zullen uw heil zien, alle koningen uw heerlijkheid en men zal u noemen met een nieuwe naam, die de mond des Heren zal bepalen; gij zult een sierlijke kroon in de hand des Heren zijn, een koninklijke tulband in de hand van uw God.
De belofte aan Ebed-Melech, ook aan jou en mij!
Op die dag zal Ik u echter redden, spreekt de HEERE, en u zult niet in de hand van de mannen gegeven worden voor wie u met schrik bevangen bent. Voorzeker, Ik zal u beslist bevrijden.
U zult niet vallen door het zwaard en u zult uw leven tot buit hebben, omdat u op Mij hebt vertrouwd, spreekt de HEERE.
Er is redding uit de vijandige handen van mensen voor wie je bang kunt zijn. God belooft beslist bevrijding.
Hij, de Almachtige van Israël beslist dat je bevrijd wordt, en niet zult sterven! En waarom dan? Omdat je op Hem vertrouwt!
Misschien zeg je: Maar dat sprak God door Jeremia tegen Ebed-Melech.
Zou God niet rechtvaardig zijn?
Is bij Hem dan ’aanzien des persoons’, maakt God onderscheid tussen mensen?
NEE! En dáárom staat het in de Bijbel, Gods Woord dat ook tot jou spreekt!
Gods principes zijn voor iedereen hetzelfde. Hij ís de Onveranderlijke!
En dus: wanneer wij spreken en niet zwijgen en voor de gevolgen daarvan op God vertrouwen, dan zal Hij ons redden!
Wees bemoedigd door deze belofte. De komende tijd zullen we het steeds meer meemaken dat men God de mond wil snoeren,
maar wij zwijgen niet en vertrouwen op God die ons zal redden!
Beloofd is beloofd!