Herder de Goede

Herder de Goede

Ooit in 1996 moest ik een toespraak voorbereiden. Ik had op mijn hart het onderwerp te kiezen:

Hij moet wassen, ik moet minder worden. (Joh.3:30 SV)

De toespraak die ik wilde maken veranderde al biddend in een soort metafoor voor mijn eigen leven als de reis die je door het leven maakt en die dan vergelijkbaar is met de reis die een schip op de rivier maakt. Onwillekeurig denk ik dan aan de Rijn. Het verhaal is voor mij zodanig gaan leven dat ik ervaren heb dat God deze metafoor gebruikt om de realiteit weer te geven van hoe Hij over mij waakt en mij begeleidt zoals het personage Herder de Goede in dit verhaal. Het werkt voor mij dan ook als een ijzersterke bemoediging en een stuk zekerheid dat Hij er altijd voor mij is. Hieronder het verhaal zoals ik dat toen heb opgeschreven, aangevuld met latere ervaringen die in het verhaal passen.

Hij moet meer worden, maar ik minder.

Joh. 3:30

Joh. 3:22-36 (HSV)

22 Daarna (na de nachtelijke ontmoeting met Nicodemus) ging Jezus met Zijn discipelen naar het Judese land en verbleef daar met hen en doopte. 
23 Maar ook Johannes doopte in Enon bij Salim, omdat daar veel water was; en de mensen kwamen daar en werden gedoopt,
24 want Johannes was nog niet in de gevangenis geworpen.
25 Er ontstond dan een woordenstrijd vanuit de discipelen van Johannes met de Joden over de reiniging.
26 En zij gingen naar Johannes en zeiden tegen hem: Rabbi, Hij Die bij u was aan de overkant van de Jordaan, van Wie u getuigenis gaf, zie, Hij doopt en allen komen bij Hem.
27 Johannes antwoordde en zei: Een mens kan niets aannemen, als het hem niet uit de hemel gegeven is.
28 U bent zelf mijn getuigen dat ik gezegd heb: Ik ben de Christus niet, maar ik ben voor Hem heen uitgezonden.
29 Wie de bruid heeft, is de Bruidegom, maar de vriend van de Bruidegom, die erbij staat en hem hoort, verblijdt zich zeer over de stem van de Bruidegom. Deze blijdschap van mij nu is volkomen geworden.
30 Hij moet meer worden, maar ik minder.
31 Wie van boven komt, is boven allen; wie uit de aarde is, is uit de aarde en spreekt uit de aarde. Wie uit de hemel komt, is boven allen.
32 En wat Hij gezien en gehoord heeft, dat getuigt Hij, en Zijn getuigenis neemt niemand aan.
33 Wie Zijn getuigenis aangenomen heeft, die heeft daarmee bezegeld dat God waarachtig is.
34 Want Hij Die God gezonden heeft, spreekt de woorden van God, want God geeft Hem de Geest zonder maat.
35 De Vader heeft de Zoon lief en heeft alle dingen in Zijn hand gegeven.
36 Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven, maar wie de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn van God blijft op hem.

Dit stukje staat tussen het verslag van het gesprek met Nicodemus en het verslag van het gesprek met de vrouw bij de put. Naast een heleboel andere dingen die we uit deze gedeelten kunnen leren, wil ik eens kijken naar een lijn die door deze drie gedeelten heenloopt.

1e

Wedergeboorte

Het begin


Johannes 3:3* Jezus antwoordde en zei tegen hem: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, als iemand niet opnieuw geboren wordt, kan hij het Koninkrijk van God niet zien.

2e

Van A naar B

Het proces


Johannes 3:30   Hij moet wassen, ik moet minder worden. (SV)

3e

“Nimmer meer dorst.”

Het einddoel


Johannes 4:14 Maar wie drinkt van het water dat Ik hem zal geven, zal in eeuwigheid geen dorst meer krijgen. Maar het water dat Ik hem zal geven, zal in hem een bron worden van water dat opwelt tot in het eeuwige leven.

Deze drie verhalen vertellen over Gods liefde voor de wereld (Johannes 3:16!), en Zijn reddingsplan om ons mensen te behouden voor het eeuwige geluk met Hem.

In dat kader kijken we naar Johannes 3:30

Hij moet wassen, ik moet minder worden.

De boodschap die hierin zit zou ik willen vangen in het thema:


“Onderweg van A naar B”, onderweg van “ik” naar “Hij”.

Of je nu een wandeling gaat maken, op de fiets of in de auto stapt:
Als je onderweg bent, zijn twéé dingen altijd hetzelfde:

  1. De plaats waar jij je bevindt, verandert steeds.
  2. Je kijkt steeds anders tegen de dingen om je heen aan.
    • Achterom kijkend worden dingen steeds kleiner,
    • vooruitkijkend worden de dingen steeds groter,
    • en van sommige dingen langs de weg krijg je ook de andere kant te zien wanneer je die gepasseerd bent.

Dus op reis zijn betekent een voortdurende verandering van positie en inzicht.
Déze reis, úit de invloedsfeer van de mens, náár de invloedsfeer van Christus, maken we.

1e          Als Christen, bij onze wedergeboorte zijn we op reis gegaan.
2e          Als Gemeente, vertrokken vanaf Pinksteren.
3e          Als wereld, vanaf de moederbelofte:

Genesis 3:15 (SV) “En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen.”

Het woord “moederbelofte” heeft een dubbele bodem:

  • De belofte dat eens een maagd moeder zal worden, maar óók:
  • De moeder van alle beloften!!

2 Petrus 1:4 (SV) zegt: ” door deze (Jezus Christus) zijn wij met kostbare en zeer grote beloften begiftigd, opdat gij daardoor deel zoudt hebben aan de Goddelijke natuur, ontkomen aan het verderf, dat door de begeerte in de wereld heerst.”

Dus met Petrus’ woorden: Een reis van het verderf (de vernietiging) naar de Goddelijke natuur (eeuwig blijvende volmaaktheid !!).

Een regel uit een lied gaat zo:

Wij zijn op weg onder mensen en voor Gods aangezicht,
Als kinderen van de zonde, op weg naar het licht.

Mijn persoonlijke reis, van mijzelf vandaan, richting het beeld van Christus, wil ik graag met je delen in de vorm van het verhaal van een schip, dat een reis maakt van de ene haven naar de andere.

Zoals de meesten van jullie weten ben ik zelf schipper geweest. Voor mij is het dus heel makkelijk om me een voorstelling te maken bij wat ik vertel. Ik hoop dat ik het zo kan overbrengen dat je in ieder geval de boodschap eruit weet te halen. En die is er een van en aards mens op weg naar een Hemelse God. In dit verhaal ben ik, maar misschien jij ook, wanneer je iets van je eigen leven erin herkent, een vrachtschip onderweg. Ooit zijn we Christen geworden, opnieuw geboren. Dit nieuwe leven betekende het vertrek, de afvaart uit de haven van ons leven zonder God.  Deze haven noem ik de Haven IK. Nu vertrekt een vrachtschip normaal niet zomaar zonder vracht. Er moet sprake zijn van een vracht, die tegen een afgesproken vergoeding in opdracht van een scheepsbevrachter door de schipper wordt vervoerd van A naar B. Na onze nieuwe geboorte als kind van God maakten we kennis met een Heer die ons persoonlijk uitnodigde, eigenlijk ook de opdracht geeft:

Mattheus 11:28: “Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven;”

De last, de lading wordt hier niet omschreven, die is voor ieder van ons persoonlijk verschillend.  Ieder mens heeft zo zijn eigen lading aan karakter, vorming, ontwikkeling, ervaringen, met alle gevolgen die daarbij horen. Wel worden de bestemming en de beloning duidelijk aangegeven:
De beloning is rust, meer nog: Ingaan in de rust. 

Hebreeën 4:3a “Want wij gaan tot de rust in, wij, die tot geloof gekomen zijn, zoals Hij gesproken heeft:”

En de bestemming?

Jezus noemt Zichzelf als bestemming, Komt tot Mij, en dit sluit aan bij de woorden van Johannes. Dus de haven van bestemming noemen we Haven CHRISTUS. Daar mogen we al onze lading gaan lossen.

Ik wil dit verhaal dus graag vertellen als mijn eigen verhaal.

Mijn verhaal, dat overigens nog niet af is, maar waarvan ik de afloop kan raden op grond van hoe ik mijn God heb leren kennen.

Ik ben dus vertrokken uit Haven IK.

Ik heb mijn koers uitgezet, mijn kaart is Gods Woord, mijn kompas de Heilige Geest, die mij het juiste richtingsgevoel geeft. Ik kijk achterom en zie de haven achter mij kleiner worden, mijn IK wordt minder zwart/wit, ik hoor ook minder lawaai van mijn IK, doordat de afstand groeit. Ik kijk vooruit, aan de horizon is een heel klein wolkje van bedrijvigheid. Ik kijk voor me op de kaart, en ja hoor, volgens het kompas ligt mijn schip goed op koers richting Haven CHRISTUS. Naarmate de reis vordert en ik dichter bij Haven CHRISTUS kom, wordt Hij duidelijker zichtbaar in mijn leven. Kijk ik achterom, dan zie ik steeds minder van mezelf terug. Maar toch lijkt de reis niet erg op te schieten, de afstand blijkt veel langer te zijn dan ik dacht, soms maakt de rivier een bocht zodat ik mijn haven van bestemming helemaal uit het oog kwijt ben. Dan is het moeilijk koers houden, want ook de stroom (de geestelijke stroming, wereldse invloed) is tegen.

En dan die lading. Soms denk ik wel onverantwoord zwaar beladen te zijn en dreigt het gevaar van vastlopen op de rivierbodem. Goed die kaart in de gaten houden. Daarop staan de zandbanken en gevaarlijke rotsen onder water getekend als waarschuwing, zodat ik ze kan omzeilen. Als het aan de kaart ligt hoef ik niet vast te lopen, niet op de klippen te lopen.

Ik denk nog eens na over mijn lading, wat heb ik niet allemaal meegenomen vanuit mijn vorige thuishaven IK. Angsten, bezorgdheid, trots, twijfels, moedeloosheid, karakterzonden, negativiteit, maar vooral de gehechtheid aan het oude vertrouwde havengebied van haven IK. Al met al zitten de ruimen boordevol. Ik kijk, een beetje weemoedig achterom naar mijn oude haven…

En dan….

Een schurend geluid, en ineens komen de golven van mijn eigen kielzog mij voorbij.

O, o.…vastgelopen….

Had ik maar niet omgekeken, ik kijk vlug op de kaart, en ik zie, net precies op de plaats waar ik nu vastzit, een waarschuwing staan: “Denk aan de vrouw van Lot.” Ja, daar sta je dan, of eigenlijk, daar zit je dan…

Een schip op het strand is een baken in zee, zegt het spreekwoord. En ook nu blijkt dat zo te zijn.Er waren gelukkig nog meer schepen vertrokken uit Haven IK.  Deze vloot vaart onder de vlag van rederij DE GEMEENTE. Al spoedig komt er een collega-schipper met iets minder lading heel dichtbij. Hij stopt en biedt aan mij vlot te trekken. Met de gebedslijn en de band der liefde worden beide schepen stevig aan elkaar gekoppeld.

Maar de pogingen om met vereende krachten diep water te bereiken worden erg bemoeilijkt doordat er zo ontzettend veel tegenliggers op de rivier zijn. Dit zijn de schepen van de vloot van rederij DE WERELD, die allemaal met hoge snelheid stroomafwaarts jagen, van Haven CHRISTUS vandaan, zo snel mogelijk, onderweg naar Haven IK. Geladen met zelfverwerkelijking, haat, egoïsme, agressie, atheïsme, humanisme en nog een aantal onduidelijke ladingen. Ook lege schepen, zonder lading, wel ballast, nutteloze gewichtigheid en doelloosheid voeren ze mee. Door hun aantal en snelheid is het zo moeilijk om de vaargeul weer op te zoeken.

Eenmaal weer op gang zit de schrik er goed in.

Er komen rare gedachten op.

Als ik nou die vracht bezorgdheid eens onderweg afleverde bij Haven SPAARBANK, of bij Haven VERZEKERING, dat is veel dichterbij!

En hier vlakbij, in Haven CARRIERE, liggen hele bergen trots, misschien willen ze mijn vrachtje ook nog wel hebben, en anders wel in de Haven MACHT.

Die karakterzonden zal ik wel nergens kwijtraken……

Dan opeens klinkt een stem door de marifoon (de boordradio). Een stem roept mijn naam, het is de scheepvaartbegeleider van het BICS, (binnenvaart informatie en communicatiesysteem) de registratie van alle op de rivier varende schepen. Die stem herken ik, realiseer ik me, dat is Herder de Goede, een oude bekende. In Haven IK had hij me nog voor deze reis getipt.

Ik antwoord: Hé, Herder, ben jij dat?

Jazeker, klinkt het, en ik heb je gegevens nodig:     

Waar kom je vandaan?

Waar ga je naartoe?

Wat heb je geladen en hoeveel?

Opeens schaam ik me een hoedje. Hém kan ik toch niet voorliegen dat ik onderweg ben naar Haven CARRIERE of Haven MACHT? En hij weet ook wat ik geladen heb; hij heeft me zelf getipt over deze vracht. En hoevéél er in mijn schip zit, dat ziet hij zó wel aan mij diepgang; de golven spoelen over het dek.Dan maar gewoon eerlijk zijn. Ik vertel hem alles en we wensen elkaar tot ziens. Achteraf ben ik verbaasd, ontroerd en verbijsterd dat Hij zomaar in mijn gore haven IK opdook. Wat een enorme liefde en betrokkenheid!

Langzaam kruip ik verder, de tegenstroom wordt steeds sterker, en de diepgang speelt me parten. Toch met gemengde gevoelens vaar ik voorbij de brede invaart van Haven SPAARBANK. Ik kijk de havenmond in en zie een hele nieuwe kade. “Sociaal Stelsel” staat erop. Allerlei goederen als hebzucht, misbruik en luiheid liggen er opgestapeld. Nog even denk ik: Kon ik hier maar wat lossen.

Verder vaar ik, richting het gevaarlijke gebergte, met rotsen onder water en stroomversnellingen. Dit ga ik alleen nooit redden. Veel te weinig kracht (motorvermogen) en te veel gewicht in het ruim. Dit wordt een hele zware dobber. Soms komt alles in één keer op je af!

Maar dan steekt er een roeiboot van wal! Ik pak de verrekijker en krijg hoop. Het kleine bootje komt langszij en wie stapt daarover bij mij aan boord? Het is Herder de Goede weer, nu als loods. Hij zal mij veilig langs de rotsen loodsen.

Ik word weer helemaal rustig en kijk toe hoe Hij mijn schip langs alle gevaren loodst zonder dat mij iets overkomt. Ik ben stil van bewondering. Zijn rust en geduld, Zijn vriendelijkheid.

Voorbij het gevaarlijkste traject wenst Hij me goede vaart en behouden aankomst. Dan stapt Hij weer in zijn bootje en bemoedigd vaar ik verder.

Maar zoals het leven is, is ook de rivier. Weer komt er een zwaar moment. Zo’n situatie waarin je hele hart en ziel schreeuwt: ik trek het niet meer! Ik draai het niet meer op! Een soort Binger Loch van vroeger.

Ooit was het Binger Loch het stukje van de Rijn met de zwaarste stroming door het grootste verval, en ook nog gevaarlijk door rotsen onder water.

Maar dán zie ik een voorspanboot (een hulpsleepboot) bijdraaien. Ik loop snel naar mijn voordek en zie op het achterdek van de sleepboot een aantal figuren in witte kledij druk bezig bij de strangenlier. (Bestaan er dan echt engelen?) De boot komt dichterbij en ik kijk naar de kleine witgeverfde stuurhut en wie zie ik door het raam? Raad je het al? Het is Herder de Goede.

Voordat ik om hulp riep was hij al “onder stoom” om te hulp te schieten!

Ik maak de sleepdraad vast op mijn voorbolders. De draad spant zich en de boeggolf groeit uit tot een imposante schuimmassa met diepe kuilen naast de kop van mijn schip. Herder sleept me er doorheen!!

En dan, een stuk verder, voorbij een bocht zie ik ineens een bord staan: Haven CHRISTUS.

Maar waar is de inloop dan? Ik zie geen havenmond. Ik pak de kaart erbij en zie nu pas dat 2 pieren zich wijd uitstrekken als uitgestoken eeuwige armen, voorzien van heldere bakens op de havenhoofden.Ze waren me niet opgevallen vanwege de inmiddels hoger geworden waterstand! Je vaart hier binnen onder bescherming van eeuwige Vaderarmen. En dan is er geen verraderlijke dwarsstroom meer die je schip nog op de keien kan jagen!!

Eenmaal binnen kijk ik mijn ogen uit. Ik val van de ene verbazing in de andere. Wat een Havengebied!

Letterlijk àlles lossen ze hier! Wie kon nou denken dat er achter zo’n kleine havenmonding zo’n uitgestrekt havengebied zou zijn!!

Havenbedrijf TROOST, een heel complex havens voor de sector verdriet.

Havenbedrijf VERZOENING, honderden schepen die een lading schuld liggen te lossen.

Havenbedrijf GENEZING, een gigantische tankopslag van oliemaatschappij GEESTOLIE.

O, hier is ook een bunkerbedrijf van GEESTOLIE, een groot bord: “Gratis vullen”, staat er. Ik besef nu pas hoeveel van die bunkerstations ik ben gepasseerd onderweg. Veel te weinig heb ik bijgetankt, besef ik nu.

En op de containerkade VERGEVING is een topdrukte in de overslag van zonden. Allerlei kleuren containers, allerlei inhoud, hoog opgestapeld op de schepen, worden gelost en afgevoerd. Vol verbazing vaar ik van het ene adres naar het andere om mijn lading te lossen. Als het ruim helemaal leeg is ga ik bunkeren, helemaal aftanken.

Dan schiet het bootje van de havenmeester langszij, en wie zal je daar hebben, met de pet op van havenmeester? Je raadt het alweer: Opnieuw is het Herder de Goede in functie. Hij heeft een tasje bij zich met een fles wijn, brood en een kaart: Uitnodiging voor het grote Bruiloftsfeest. Zozo, ik ben perplex!

Herder wijst mij de rusthaven, daar kun je veilig afmeren, je schip schoonmaken en uitrusten.

Maar het fijnste is toch dat hij zegt: Hannes, vanaf nu heb ik alle tijd om te komen buurten, ik was altijd bij je, aan het begin van je reis, zelfs voor die tijd, en onderweg heb ik je steeds gevolgd. Ik heb die collega op je afgestuurd toen je vastgelopen was.

Ik heb je gezien toen je twijfelde of je niet onderweg een haven zou aanlopen.

Ik zag je komen voordat het gevaarlijk werd om je langs de rotsen te loodsen!

Ik heb je opgewacht met mijn voorspanboot om je door de zwaarste tegenstroom heen te slepen. Maar ik ben zo blij dat je het gehaald hebt!!

Welkom in Haven CHRISTUS, hier ben je veilig en geborgen, en je hoeft hier nooit meer weg!

Enne, alle voorzieningen zijn hier gratis hè, dat weet je toch?

Het draait door mijn hoofd, ik kan het eigenlijk niet goed vatten….

Gratis,.. genade,.. geborgen in Christus,.. ik hoef nooit meer weg..? Echt niet?

Dan zet ik mijn radio aan: Het lied van Mozes en het Lam,..

Dan hoor ik het ineens van alle kanten klinken over het water, en over de kaden van goud,.. VAN GOUD??!!  MENS, HALLELUJA, IK BEN HIER IN DE HEMEL, !!!!!!!!!

Dan vraagt Herder: Ga je met me mee naar het feest?

Ik kan niet wachten en samen gaan we van boord. Ik verlaat mijn schip, mijn aards lichaam. Samen lopen we over de gouden kade naar de poort, óók al van goud! Daarachter ligt de gouden stad met in het midden de bovenloop van de rivier waarop ik heb gevaren. De bomen langs de kant lijken op die op de kribben langs de Maas, maar dan vol vruchten. We komen door een straat bij een huis met een naambordje erop: Hannes D. Schipper.

Hier is het, zegt Herder, je woning in het huis van Mijn Vader. Maar eerst gaan we feest vieren. Op naar het Gouden Plein! Heb je die engelen gehoord? Die zingen voor jou, hoor.

Het duizelt me. Herder! Mijn Goede Herder!

Ik kijk om me heen en zie bekende gezichten: opa en oma Van Dam, Joop, Bob, Agaath, stralend zingend in een hemels koor. De maatjes uit de oorlog: Adriaan en Tony. Mijn héle wolk van getuigen heet me welkom!

Dan opeens stopt het gezang. Iedereen is plotseling stil. Mensen doen een stap achteruit. Er ontstaat een pad in de menigte en er komt een klein figuurtje in een wit pakje met duizelingwekkende snelheid op mij af rennen en roept: Papaaaaaaaa!!!!

Ons kindje dat na 11 weken zwangerschap van ons wegging. Soooh, wat ben je mooi!!


Dit was mijn verhaal. 

  • En wat is het jouwe?
  • Onder welke vlag vaar jij, bij welke vloot hoort jouw schip?
  • Waar kom jij vandaan?
  • Waar ga jij naartoe?
  • Welke lading zeul je mee?
  • Kun je het alleen wel dragen?
  • Of hoop je onderweg een haven te vinden waar je iets van je last kwijt kunt?

Ik hoop dat jouw lading, jouw angsten, bezorgdheid, trots, twijfels, moedeloosheid, karakterzonden, negativiteit, maar ook de gehechtheid aan het oude vertrouwde havengebied van haven IK, echt helemaal terecht komt op die kade van Goud, want daar alleen ben je ze echt kwijt.

En kom je energietekort? Ben je soms afgebrand? Bunkerbedrijf GEESTOLIE heeft gelukkig overal vestigingen langs de rivier. En overal, ik had het zelf heel lang niet in de gaten, kijkt Herder de Goede met je mee, hij is zelfs bij je aan boord!

Ik zou zeggen:
GOEIE VAART EN TOT ZIENS IN DE THUISHAVEN !!!


Voor jou

Wat in mijn hart leeft, wat ik geleerd heb in mijn leven, dat wil ik graag met je delen. Ik zou wel veel meer betrokken willen zijn bij jou, meer mijn liefde en genegenheid laten zien, maar ik ben maar een beperkt mens. Door mijn hersenbeschadiging tijdens mijn geboorte heb ik het leven altijd als nogal zwaar, of zelfs heel erg zwaar ervaren en ben ik veel en vaak tegen mijn beperkingen aangelopen.

Maar toch is het duizend keer beter om als beperkt mens te leven met een onbeperkte God,
dan om helemaal alleen je eigen boontjes te moeten doppen.

Ik ben God dankbaar voor mijn opvoeding waarin ik met Hem mocht kennismaken, Zijn allermooiste cadeau is Jezus, alias Herder de Goede, maar ook voor het op één na mooiste cadeau dat ik van hem heb gekregen, dat is mijn Lief, die al ruim een halve eeuw mijn grootste steun als mens is.

Dit moet je weten: ook jij maakt je eigen levensreis.

Bevrachter Herder de Goede weet wie je bent, hoeveel je kunt dragen, en wat je niet alleen kunt.

Herder de Goede volgt je tijdens je reis en verliest je niet uit het oog.

Herder de Goede loodst je door donkere dalen en langs gevaarlijke rotsen.

Herder de Goede sleept je erdoor als je zelf de kracht niet meer hebt.

Herder de Goede heeft als havenmeester een plekje voor jou in de veilige haven aan het eind van de reis.

Herder de Goede neemt je mee naar je toekomstige eigen plek op het grote feest waar we Hem zullen zien. Komen we elkaar daar tegen?

Ook in de meest woeste storm is Hij naar jou op zoek. Verbindt Hij zich met jou. Hij sleept je door de sterkste tegenstroom naar de plek waar het rustig is en samen met Hem bereik je altijd de veilige haven. Wie zou er zonder kunnen?

Een regel uit een van mijn favoriete liederen zegt: al wat ik nodig had hebt Gij gegeven, groot is uw trouw o Heer! Dit heb ik echt zo beleefd.

Juist in mijn zwakheid kwam Gods kracht uit de verf, dit Bijbelwoord is zeker ook mijn ervaring.

Ik gun iedereen van wie ik houd, en in dit geval vooral jou, lieve lezer, en ook alle anderen die kracht in je leven, de liefde en veiligheid die daarbij hoort stelt je in staat je leven te leven zoals het is bedoeld!