Hij die de wereld schiep – en nimmer sliep
De mens de adem gaf – nu in een graf
Nu Zelf ademloos – want God is boos.
Zijn eigen Zoon – bestemd voor de troon
Tot zonde gemaakt – arm en naakt
De slaap des doods – maar o wat groots!
God is liefde – hóe ik Hem ook griefde
Zijn dood werd mijn leven – boven dood en graf verheven
Verscheen Hij aan vrienden – die het niet verdienden.
Gods open armen – die mij verwarmen
Het gescheurde gordijn – ik mag weer bij Hem zijn
Boven bouwt hij mijn huis – dáár bij Hem ben ik thuis!
Uit Open-Dicht-Bundel