De laatste psalm van David. Een gebed voor zijn zoon Salomo. Hij bidt hem toe als een goede koning te regeren. Zelf wordt hij de ‘man naar Gods hart’ genoemd. Zijn verlangen is dat zijn zoon Salomo het beter zal doen dan hijzelf. Ondanks fouten en zonden leefde hij dicht bij God. ‘Een schuldige is niet iemand die zondigt maar is iemand zonder berouw’ word er gezegd, maar David had berouw van zijn zonden, lees Psalm 51 maar.

Allereerst bidt hij dat Salomo mag regeren onder Gods mandaat, onder Zijn accreditatie. Anders zal hij geen gezag kunnen uitoefenen. Dit is de enige manier waarop hij namens God zal kunnen rechtspreken en zo het volk recht doen. Zo zal hij onderscheid maken tussen schuldig en onschuldig. Zo zal hij varen op Gods moreel kompas, en niet op dat van hemzelf of dat van zijn adviseurs. Wonderlijk dat Salomo zelf ook God vroeg om wijsheid. Hier is te zien hoe God Davids gebed verhoort!

Door op deze manier te regeren zal het volk God eren, ‘tot de maan verdwenen is’. Hier wordt de psalm duidelijker profetisch en wordt het zicht op Salomo, de vredekoning, doorgetrokken naar het koningschap van Jeshua, de grote Zoon van David. ‘En Zijn koningschap zal geen einde nemen’          (Lukas 1:33b)

De koning, Salomo als beeld van Jeshua,  zal komen als regen die de aarde bevochtigt en vruchtbaar maakt. Evenals het gewas zal de rechtvaardige groeien en bloeien, alweer totdat de maan er niet meer is, zoals alleen Jeshua dit waar kan maken.

Zijn rijk zal geen einde kennen in tijd, maar ook in ruimte zal het uiteindelijk de hele wereld omvatten. Van de zee tot de zee en van de rivier tot aan de einden der aarde. ‘From the river to the sea’ is dus letterlijk de hele wereld. En al draaien door satan geïnspireerde mensen alles om, ze citeren wel degelijk Gods Woord. Satan kent zijn einde en kopieert Gods Woord om waarheid om te draaien in leugen. Maar Hij, de grote koning zal de verdrukker verbrijzelen (vs 4). Opnieuw wordt Satan hier herinnerd aan zijn lot: Het zaad van de mens, de grote Zoon van David, Jeshua,  zal jouw kop vermorzelen. (Genesis 3:15)

Alle volken, arme en rijke, alle machthebbers en koningen zullen zich voor Hem buigen en Hem dienen. Zij zullen Hem spontaan eer bewijzen met geschenken, zonder dat er corruptie of omkoping zal zijn. Ja, de volken zullen Hem zégenen! List en leugen krijgen geen kans meer. Armen en rechtelozen zal Hij recht doen, zij zijn kostbaar voor Hem; ook ik mag kostbaar zijn voor Hem!

Onder Zijn koningschap zal er voorspoed en welvaart zijn. Tot en met de laatste generatie zal men Hem prijzen en de God van Israël, de Enige die écht wonderen doet, eren om Zijn koningschap.

Geloofd en geprezen zij de Naam van Gods heerlijkheid, dat de hele aarde gevuld mag zijn met de heerlijkheid van die Naam. Wat verlang ik ernaar om díe koning te ontmoeten, Hem te zien zoals Hij echt is! En dan voor altijd bij Hem te zijn en voor Hem te zingen over zijn goedheid! (zoals ook Ps.108:2-6 en Ps.89:2-5)

Maranatha! Kom Jeshua! De tijd is bijna vol!

‘Op Uw zaligheid wacht ik, Heere!’ (zoals Jacob, Genesis 49: 18).

Amen, dit was Davids laatste gebed.