Geworteld

Bomen langs de Maas

Het zonnetje scheen. De prachtig gloeiende zonnestralen maakten steeds langere schaduwen. Het was windstil en het water van de rivier weerspiegelde het zonlicht op een betoverende manier. De kruinen van de bomen op de oever waren donkergroen en nog vol in blad. Ze zagen er gezond uit. Even verderop op een iets hoger gelegen oeverwal stond nóg een boom. Deze leek wat minder gezond. Zijn kruin was dunner en de eerste bruine en gele bladeren werden zichtbaar tussen het dunne groen.
Het was een vredig landschap dat zich koesterde in de late najaarszon.

Herfststormen hadden het landschap geteisterd. Hadden stukken van de oever afgeslagen. De bomen langs het water stonden er nog steeds. Gelukkig hadden ze op tijd hun blad afgelegd voordat de eerste storm een bedreiging kon vormen. Maar nu in de winter steeg het water in de rivier. De oevers raakten doorweekt en kalfden verder af.

Er leek niets aan de hand op de oever, maar toen kwam die verschrikkelijke februaristorm.

Verderop in het dorp regende het dakpannen en de weg stond onder water. Slagregen en zware storm richtten heel veel schade aan. Ja, ook aan de oever. De bomen aan de waterkant hadden met hun wortels nooit diep hoeven zoeken naar water. Ze zogen dagelijks genoeg water op en zagen er gezond uit. Niks aan de hand, toch?

Maar de aanval van de rivier op haar eigen oevers had de meeste bomen meegesleurd. In een bocht iets verder stroomafwaarts was een groot drijvend vlot ontstaan van wilde kale takken met de stammen en de wortels er nog aan. De ogenschijnlijk gezonde bomen bleken uiteindelijk niet bestand tegen het geweld van wind en water.
De storm zong triomfantelijk zijn lied: ‘Men kent en vindt haar standplaats zelfs niet meer!’

Het werd voorjaar. De groene waas verscheen in de bomen die de stormen hadden overleefd.
De uiterwaard leek leeg, maar daar in de verte, op die hogere oeverwal, daar stond een boom in bloei! Het hele landschap fleurde op van die éne boom! De hele zomer had hij moeite moeten doen. Dieper, nóg dieper hadden zijn wortels moeten groeien om water te vinden! Hij was, hoewel nog dun van kruin, overeind gebleven. De stormen hadden hem niet gedeerd!

Paulus moedigt ons aan om geworteld te zijn in de Liefde.
Alleen díe liefde, die eerst naar ons kwam en waarop wij mogen reageren, alleen díe Liefde kan ons overeind houden wanneer droogte of stormen ons leven bedreigen of aanvallen.
Dan kun je zingen: ‘Een zee van ramp mag met haar golven slaan; hoe hoog zij gaat, zij raakt mij zelfs niet aan!’

En dát kan alleen wanneer Christus door het geloof in ons hart woont!  (Efeze 3:17)