Een onderzoek van Annie van Loon
Hoe is de Bijbel ontstaan?
Wie van jullie heeft zich hier wel eens mee bezig gehouden en is op onderzoek uit gegaan?
In een gesprek met iemand kwam ik er achter dat ik daar helemaal niet zoveel van af weet. En dat vond ik eigenlijk wel heel erg. Want ik geloof dat God o.a. door de Bijbel tot mij tot ons spreekt.
Dat heeft mij er toe aangezet om op onderzoek uit te gaan.

Hiervoor heb ik verschillende bronnen geraadpleegd.
De boeken: “het ontstaan van de bijbel”, de “Bijbelse encyclopedie” , “Moderne wetenschap in de Bijbel”, “In het voetspoor van de Bijbel”, de “Nieuwe encyclopedie van de Bijbel”, “Chronologie van de Bijbelse geschiedenis”, de Bijbel zelf en op internet.
De Bijbel is een geweldig boek. Hoe het ontstaan is, hoe het is verspreid en het is nog steeds actueel. De Bijbel werd duizenden jaren geleden geschreven. De Bijbel is dan ook een heel oud boek. Sommige delen zijn wel 3500 jaar oud of nog ouder.
De Bijbel is ook het enige boek ter wereld dat door mensen van iedere klasse, en van elke leeftijd gelezen wordt. Hij wordt voorgelezen aan kleuters en ook gelezen door bejaarden. Kleine kinderen vinden de verhalen van de Bijbel prachtig. En geleerden verwonderen zich over de diepzinnigheid van de inhoud.
De Bijbel is ook uniek omdat hij in heel veel talen beschikbaar is.
De Bijbel is in 511 talen beschikbaar.
Het NT is in 1295 talen beschikbaar.
In 2014 gingen er over de hele wereld meer dan 34 miljoen bijbels over de toonbank. Dit was een record.
Het woord Bijbel is afgeleid van het Griekse woord biblia, dat boeken betekent. Zoals we weten bestaat de Bijbel uit een aantal boeken. We spreken over het Oude Testament en het Nieuwe Testament, OT en het NT.
Het OT bestaat uit 39 boeken en het NT uit 27. Testament is de vertaling van het Griekse woord diathèkè.
De Bijbel werd door maar liefst 40 of meer schrijvers geschreven, over een tijdperk van ongeveer1500 jaar.
De mensen die de Bijbel schreven kwamen uit heel verschillende milieus en culturen. Zoals Mozes de politicus (opgeleid in de wijsheid van Egypte), Jozua de generaal, Amos de herder, Nehemia de hoveling, Daniël de eerste minister, Petrus de visser, Lucas de arts, Matthéüs de belastingambtenaar en Paulus de rabbijn.
Zij schreven in drie verschillende werelddelen: Azië, Afrika en Europa. Zij schreven in drie talen: het Oude Testament grotendeels in het Hebreeuws en kleine delen in het Aramees en het Nieuwe Testament in het Grieks.
De christelijke Bijbel, die is samengesteld uit het OT, het heilige boek van het Jodendom en het NT, heeft een grotere invloed op de wereld gehad dan enig ander boek.
Het OT bestaat uit drie gedeelten. De Wet, de Profeten en de Geschriften.
De Wet
In het Hebreeuws “Thora”, ook wel de Pentateuch, bestaat uit de vijf boeken van Mozes : Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium.
Het Hebreeuwse woord Thora, betekent leer, onderwijzing met Goddelijk gezag bekleed, hier gaat het om de “wet” de geboden van Jahweh.
De profeten.
Hier word ook een onderscheid gemaakt in “vroege” en “late” Profeten.
De vroege profeten zijn: Jozua, Richteren, Samuël en Koningen.
De late profeten zijn: Jesaja, Jeremia, Ezechiël en de twaalf “kleine profeten”.
De Geschriften.
In het Grieks ook wel “Hagiografen”.
Die zijn weer onderverdeeld in, Dichterlijke boeken, Historische boeken en de vijf schriftrollen “Megilloth”.
De Dichterlijke boeken zijn: Psalmen, Job en Spreuken.
De Historische boeken zijn: Daniël, Ezra, Nehemia en de Kronieken.
De vijf schriftrollen “Megilloth” zijn: Ruth, Hooglied, Prediker, Klaagliederen en Esther. De vijf schriftrollen worden op de Joodse gedenkdagen in de synagoge gelezen.
Deze vijf schriftrollen worden bij de volgende gedenkdagen gebruikt: Hooglied op het Paasfeest, Ruth op het Pinksterfeest, Klaagliederen op de dag van de verwoesting van de tempel, Prediker op het Loofhuttenfeest en Ester op het Purimfeest.
De eerste vijf boeken werden door Mozes geschreven en daarna kwam het boek Jozua.
Geleidelijk groeide het aantal boekrollen, en in de dagen van Salomo waren waarschijnlijk de boeken van Richteren, Ruth en Samuël gereed. Daarna kwamen de Koningen en de Kronieken. Hierin wordt vooral de geschiedenis van het volk Israël beschreven. Waarom deze geschiedenisboeken onder de “profeten” genoemd worden is omdat zij de verhalen niet alleen vertellen, maar ook interpreteren en hun lezers uitleggen hoe zij begrepen dienden te worden.
Dankzij een juist verstaan van de verhalen, naar de uitleg van de profeten, konden de mensen ontdekken hoe ze dienden te leven.
Hierna volgen nog meer profeten, die elkaar soms in jaren overlappen, en soms niet in chronologische volgorde zijn gezet. Bijvoorbeeld de profeet Jeremia leefde in de tijd van de Babylonische ballingschap van Juda, in het jaar 586 v. Christus. En kijken we dan naar het boek van de profeet Nehemia, die leefde rond 445 v. Christus en werd door de Perzische koning aangesteld als landvoogd.
De Bijbel van kleitablet tot boekdrukkunst.
Hoe zijn al die verhalen doorgegeven?
Wanneer is de schrijfkunst ontstaan ?
Daar is lang over getwijfeld en er werd dan ook gezegd dat in de tijd van Mozes er nog geen schrijfkunst was. In de eerste instantie werden de verhalen van generatie op generatie doorgegeven.
We weten dat Mozes door zijn opvoeding een ontwikkeld man was. En de schrijfkust beheerste.
Nu zijn er in Syrië in 1975 door een Italiaans team 1500 kleitabletten gevonden, uit de tijd voor Abraham, dat is ongeveer 2400-2250 v. Chr. Het is dus een bevestiging dat de schrijfkunst al heel lang bestaat. Die vondst in 1975 heeft nog meer bijzonderheden laten zien. Die kleitabletten werden waarschijnlijk al door de aartsvaders beschreven. Er werden dus kleitabletten gebruikt, en die zijn goed houdbaar.
Later werd er ook papyrus gebruikt. Dit werd gemaakt van papyrus-rietstengels. Op dit “papier” werd geschreven met een soort inkt en pen.
Perkament werd ook gebruikt. Dat is gemaakt van de geschoren en geschuurde huiden van schapen, geiten, antilopen en dergelijke dieren.
Volgeschreven papyrus-vellen werden tot lange stroken aan elkaar gelijmd en daarna op een stok opgerold. Zo ontstond een “boekrol”, meestal aan een kant beschreven.
Perkament was beter houdbaar en kostbaarder dan Papyrus.
Als we de Bijbel er op na slaan zien we dat God tegen Mozes zegt in Exodus 17:14 “Schrijf het op in een boek”, en in Exodus 34:27 “Schrijf de grondregels op”. Hier gaat het om de Tien geboden en we weten dat die op twee stenen platen werden geschreven.
De boeken ven het OT werden dus in de loop van eeuwen geschreven, samengebracht en zorgvuldig bewaard. Er word vanuit gegaan dat in de tijd van Ezra en Nehemia het samenstellen van het OT gereed kwam.
De Joden hechtten er grote waarde aan dat alle boekrollen zorgvuldig overgeschreven werden. Vervolgens ontstond er in die tijd de arbeid van de Sopherim, dit zijn Schriftgeleerden die de Bijbelboeken letter voor letter en woord voor woord overschreven. Als ze klaar waren werden de letters en woorden geteld en als er één ontbrak, moesten ze weer opnieuw beginnen. Deze strenge controle en de grote eerbied voor de tekst hebben er voor gezorgd dat de Bijbel vrijwel onveranderd is gebleven.
Dat de boekrollen een belangrijke plaats innemen is wel duidelijk. Ze werden onderwezen aan de mensen en bewaard in het huis van de Heer.
In 2 Koningen 22 gaat het over Koning Josia en Safan de schrijver. Safan moet naar het huis van de Heer om iets op te halen en krijgt dan van de hogepriester een boekrol van de wet. Laten we dit hoofdstuk lezen.
Naast de boeken die het OT vormen, zijn er ook enkele geschriften waarin in o.a. Jozua 10:13 en 2 Samuël 1:18 word verwezen, het “Boek van de Rechtvaardige” die niet in het OT zijn opgenomen. Zo zijn er nog meer plaatsen in het OT die naar andere geschriften verwijzen.
Het volk Israël werd verstrooid, o.a. door verschillende ballingschappen. In 587v. Chr ook wel de Babylonische ballingschap genoemd.
Na het Perzische rijk veranderde er veel in de wereld, de Joden woonden in veel verschillende landen. In de tijd van Alexander de Grote (336-323 v. Chr.) werd er hoofdzakelijk Grieks gesproken. De taal van handel en cultuur en de meest geschreven taal. De Joden raakten zo steeds minder vertrouwd met het Hebreeuws en gebruikten Grieks als hun voertaal, zoals in heel Alexandrië.
Om de Bijbel nog duidelijk over te brengen moest hij vertaald worden. Met die Griekse vertaling werd in Alexandrië begonnen in de 3e eeuw v. Chr. Rond 250 v. Chr. was het complete Oude Testament in het Grieks vertaald. Deze vertaling noemt men de Septuaginta (=zeventig). Het verhaal gaat dat er 72 geleerden, zes uit elke stam van Israël, aan gewerkt hebben. Al snel werd deze vertaling in de synagogen rond het Middellandse-zee gebied gebruikt.
In 1947 is er ook iets opmerkelijks gebeurd. In Qumram bij de Dode Zee vond een bedoeïnen jongen in een paar grotten een aantal aardewerk kruiken met goed bewaarde boekrollen van perkament. Na onderzoek werd geconstateerd dat die boekrollen wel 1900 j oud waren.
Dit is wel een van de belangrijkste vondsten. Er zijn fragmenten gevonden van alle boeken van het OT. Behalve van het boek Esther.
Sommige van deze rollen worden tentoongesteld in een hiervoor gebouwd museum in Jeruzalem, met in een vitrine een kopie van de complete Jesaja-rol.
In het voorgaande hebben we gezien dat de Bijbel uit twee delen bestaat; het Oude Testament dat de oudste geschiedenis van de wereld en de geschiedenis van het volk Israël beschrijft tot op enkele eeuwen vóór het begin van onze jaartelling. In het Nieuwe Testament gaat het vooral om het leven van Jezus en de boodschap van Jezus en zijn apostelen.
Het ontstaan van het Nieuwe Testament.
De Septuaginta werd gebruikt in de jonge-christelijke kerk.
In de tweede helft van de eerste eeuw begonnen zij ook de goddelijk-geïnspireerde geschriften van de apostelen en nieuwtestamentische profeten te kopiëren en te verzamelen. Deze geschriften waren in het Grieks geschreven. En gericht aan plaatselijke gemeenten (de brieven) en soms aan individuele personen (aan Timotheüs en de 2e en 3e brief van Johannes). Anderen richten zich tot een veel algemener gehoor (zoals de brief van Jacobus en het boek Openbaring).
Deze boeken werden in verschillende plaatsen geschreven. In die tijd nam het versturen van een brief veel tijd in beslag en daarom begon men al snel de geschriften over te schrijven en door te geven. De Apostel Paulus beveelt op verschillende plaatsen in zijn brieven om ze openbaar voor te lezen. In 1 Thessalonicenzen 5:27 schrijft hij : “In de naam van de Heer verzoek ik u dringend deze brief voor te lezen aan alle broeders en zusters” en in 2 Timotheüs 4:13 schrijft Paulus: “In afwachting van mijn komst moet je je toeleggen op het voorlezen uit de Schrift, op de prediking en het onderricht”.
Mattheüs, Marcus, Lukas en Johannes leefden in de tijd van Jezus en hebben veel van zijn leven en gebeurtenissen opgeschreven. Ze zijn dus opgeschreven in 50 tot 100j na Chr.
Van de originele geschriften is niet veel gevonden om dat ze op papyrus geschreven waren en dit materiaal erg snel vergaat. Wat er gevonden is zijn afschriften, dus kopieën van de originele. Dit is nog een aantal eeuwen zo door gegaan.
In de 2e eeuw vonden de christenen een nieuwe vorm van documenteren uit: de “codex”, dit waren vellen die op elkaar werden gelegd en aan een kant vast genaaid, zoals een boek.
In die tijd ontstond de canon van het NT. De christenen waren er van overtuigd dat de verzamelde geschriften Goddelijk gezag hebben en daarom bij elkaar het NT vormden. De Christenen hadden nu het OT en het NT, dit werd de Bijbel.
De boeken van het NT zijn ingedeeld in:
Historische boeken, dat zijn de evangeliën, Mattheüs, Markus, Lukas, Johannes en Handelingen der Apostelen.
Profetische boeken, de brieven van Paulus aan – de Romeinen, Korintiërs, Galaten, Efeziërs, Filippenzen, Colossenzen, Thessalonicenzen, Timotheüs, Titus, Filemon, Hebreeën, Jakobus, Petrus, Johannes, Judas,
Apocalyps, de Openbaring aan Johannes.
De verspreiding van het Christendom was begonnen. Er werden al vrij snel gedeeltes van de Bijbel in andere talen vertaald o.a. in het Syrisch en Koptisch (wat nu ongeveer Egypte is). Dit zijn de eerste Latijnse vertalingen.
In de 4e eeuw ontstond er een Gotische Bijbel vanuit het Grieks door een de monnik Wulfila. In deze eeuw is ook de Latijnse Vulgaat ontstaan in opdracht van paus Damasus en vertaald door Hiëronimus, hij was de meest vooraanstaande bijbel geleerde van zijn tijd, hij vertaalde het OT en het NT naar het Latijn. In het jaar 405 was het gereed.
Er werden steeds meer stukken uit de Bijbel vertaald.
Aan het eind van de 13e eeuw verschenen er ook prentenbijbels met de belangrijkste gebeurtenissen van het leven van Jezus, er werden twee profeten afgebeeld en twee taferelen uit het OT die naar de betreffende gebeurtenis verwezen. Met een Latijns onderschrift en later ook in de volkstaal.
In 1358 en 1361 is de Midden-Nederlandse vertaling ontstaan van een groot gedeelte van de Bijbel.
Er bestaat in het Nederlands een complete vertaling van het NT naar de Vulgaat van 1399.
Omstreeks 1450 is de boekdrukkunst ontstaan, door Johann Gutenberg en Laurens Janszoon Coster. Dit had grote en bijzondere gevolgen voor de Bijbel. In 1462 verscheen in Mainz de eerste gedrukte Duitse Bijbel, in 1477 verscheen de Delftse Bijbel, in 1488 volgde de Hebreeuwse Bijbel.
De Bijbel stond in het middelpunt van de Reformatie. De hervormers beriepen zich op het woord van de Heilige Schriften. En wilden dat die vanuit de oorspronkelijke tekst vertaald zouden worden naar de taal van het volk. In 1522 verscheen in Wittenberg de vertaling van het NT door Luther, en in 1534 was de gehele Bijbel door Luther vertaald in het Duits. Daarmee is een begin gemaakt van meerdere vertalingen. De Bijbel werd naar het model van Luther in zo goed als alle talen overgezet.
Belangrijk voor Nederland was de Statenbijbel, dit was de eerste volledige Bijbelvertaling die op de grondtalen Hebreeuws en Grieks was gebaseerd.
De Dordtse Synode had in 1619 tot deze uitgave besloten en in 1637 verscheen de eerste versie. De Staten-Generaal droegen de kosten en hierdoor werd hun naam verbonden aan het werk. Een van de vertalers die de leiding had was dominee Johannes Bogerman.
Hierna volgen nog meerdere vertalingen, zoals de vertaling van het Nederlands Bijbel Genootschap in 1951, de Willibrord Vertaling in 1975, de Groot Nieuws Bijbel in 1977, Het Boek, de NBV, Jongerenbijbel, Bijbel in gewone taal en nog vele anderen.
We hebben heel wat informatie tot ons genomen, maar het belangrijkste is dat de God van de Bijbel tot ons spreekt en zich aan ons kenbaar wil maken.
Zoals het Oude Testament in de latere boeken steeds meer vervuld raakt van de verwachting van de eerste komst van Messias, zo eindigt het Nieuwe Testament met de verwachting van zijn wederkomst op de wolken om de gemeente tot Zich te nemen en de wereld te oordelen.
Allen die Gods genade kennen en Jezus erkennen als zijn Zoon en Hem lief hebben, zien uit om Hem te ontmoeten en om opgenomen te worden in Zijn heerlijkheid. En zoals er in de laatste verzen van de Bijbel staat: Hij die van deze dingen getuigd, zegt: “Ja, ik kom spoedig!”, De genade van onze Heer Jezus zij met u allen.
Annie van Loon
4-3-2018